Na 18 jaar gevangenisstraf, waarvan een groot deel in eenzame opsluiting, komt Mordechai Vanunu vrij. Nou ja vrij. Hij mag het land niet uit, mag geen contact hebben met buitenlanders en blijft onder observatie van de Israëlische autoriteiten die onder andere zijn telefoon afluisteren. Volgens Ariel Sharon dient de inperking van Vanunu’s vrijheid om verdere ,,veiligheidsmisdrijven” te voorkomen.

Vanunu is de man die in 1986 verkondigde wat iedereen al lang vermoedde, maar daarmee het grote Israëlische taboe doorbrak. Vanunu werkte negen jaar in de Negev-woestijn in Israëls nucleaire faciliteit Dimona, voordat hij zijn hart luchtte tegenover een journalist van de Britse krantThe Times. Op basis van zijn informatie publiceerde de Britse krant op 5 mei van dat jaar een uitgebreide reportage met foto’s die wereldwijd insloeg als een bom.

Vanunu stelde dat Dimona’s nucleaire faciliteit nooit was gebruikt om elektriciteit op te wekken, zoals de regering beweerde, maar diende als dekmantel voor de ondergrondse productie van zo’n 10 kernkoppen per jaar, hetgeen betekende dat Israël toen al over 200 kernwapens beschikte, veel meer dan de CIA ooit vermoedde.

Op 30 september van dat jaar werd Vanunu door een, naar verluidt, zeer bevallige geheime agente naar Rome gelokt, waar hij werd ontvoerd en per containerschip naar Israël vervoerd. In een proces achter gesloten deuren werd hij op grond van spionage en hoogverraad veroordeeld tot 18 jaar gevangenisstraf.

Daarna werd het weer stil omtrent de Israëlische bom en dat blijft het tot vandaag de dag. In Israël heerst een absoluut spreekverbod, terwijl naar buiten toe een beleid van ,,bewuste dubbelzinnigheid” – noch ontkennen, noch bevestigen – wordt gevoerd. Het land heeft daarmee het beste van twee werelden: wel de ultieme dreiging, maar niet de bemoeienis van het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA). Dit met volledige instemming van de Verenigde Staten, ondanks hun wereldwijde kruistocht tegen massavernietigingswapens, maar tot groot ongenoegen van landen als Iran die in toenemende mate onder druk staan om openheid van zake te geven, dan wel de gevolgen te voelen.

Mohamed ElBaradei, hoofd van het IAEA, verklaarde in december dat ,,het IAEA werkt in de veronderstelling dat Israël over nucleaire capaciteiten beschikt, hetgeen ik Israël nooit heb horen ontkennen”. Zoals Pakistan en India, heeft Israël het non-proliferatieverdrag nooit getekend.

De New York Times schreef in 1991 al dat Israël beschikte over ,,honderden tactische en strategische atoomwapens”, waaronder artilleriegranaten en nucleaire landmijnen, terwijl de Federatie van Amerikaanse Wetenschappers en het Stockholm Vredesinstituut het aantal schatten op minstens 200 kernkoppen, hetgeen Israël de vijfde atoommacht ter wereld maakt.

Het laatste nieuws omtrent Israëls nucleaire arsenaal verscheen op 12 oktober 2003 in de Los Angeles Times. ,,Israël heeft door Amerika geleverde kruisraketten zodanig aangepast dat haar onderzeeërs ermee kunnen worden uitgerust”, schreef Douglas Frantz. ,,De enige nucleaire macht in het Midden Oosten heeft daarmee het vermogen om atoomwapens te lanceren van het land, de zee en de lucht.” Frantz baseerde zijn informatie op interviews met twee hooggeplaatste functionarissen van de regering Bush en een Israëlische ingewijde, die allen spraken op voorwaarde van anonimiteit.

Het stilzwijgen omtrent de bom wordt met harde hand in stand gehouden, zoals niet alleen Mordechai Vanunu heeft ondervonden. In 1980 werd Ami Dor-On en Eli Teicher verboden het boek None will survive us te publiceren op straffe van een gevangenisstraf van 15 jaar. De BBC documentaire, Israel’s Secret Weapon, belichtte vorig jaar Vanunu, Dimona en het hardnekkige gerucht dat veel ex-werknemers aan kanker lijden. Niemand durfde echter te praten. De Israëlische wetenschapper Avner Cohen, werkzaam aan de Universiteit van Maryland, publiceerde in 1998 Israel and The Bomb over de politieke ontstaansgeschiedenis van de Israëlische bom. Sindsdien is hij in conflict met zowel de Israëlische staatscensuur als de Malmab, een mysterieus orgaan van het ministerie van Defensie, dat met een beroep op de staatsveiligheid elk publiek debat de kop in drukt. Cohen komt al jaren niet meer in Israël uit angst gearresteerd te worden.

Als geestelijke vader van zowel de Israëlische bom, als het stilzwijgen daaromtrent, noemt Cohen voormalig minister president Ben Goerion en Shimon Perez, die in 1953 tot hoofd van het kernenergie programma werd benoemd. Zij zagen de nucleaire optie als de ultieme veiligheidsgarantie voor het jonge Israël. Dimona werd achtereenvolgens aan de Israëli’s gepresenteerd als textielfabriek, als wetenschappelijk centrum ter ontginning van de woestijn en elektriciteitscentrale. In de jaren 60 echter werd het de CIA duidelijk dat Dimona onmogelijk slechts vreedzame doeleinden kon dienen en Israël kwam onder toenemende druk te staan openheid van zaken te geven.

In 1969 bezocht een groep Amerikaanse inspecteurs het complex. Zij hadden echter nooit toegang hadden tot Dimona’s zes ondergrondse verdiepingen, omdat de lift werd afgeschermd door een valse muur. Datzelfde jaar, vermoedelijk het jaar dat de eerste bom werd geproduceerd, zegde Israël de inspecties eenzijdig op. Sindsdien heeft geen enkele buitenstaander het complex nog betreden.

Volgens Cohen kwam Israël met de regering Nixon tot een beleid van noch ontkennen, noch bevestigen, in ruil waarvoor de VS een oogje toe zouden knijpen. En dat is tot vandaag de toestand, een status quo die in vele opzichten onwenselijk is. Immers, tal van netelige vragen blijven onbeantwoord. Wat doet Israël bijvoorbeeld met haar nucleaire afval?

Voldoet Dimona aan internationale veiligheidsnormen? Hoe geloofwaardig is Amerika’s rol als nucleaire waakhond en redder van het Midden Oosten? En, tot slot, toen Israëls minister van Defensie Shaul Mofaz begin januari verklaarde dat hij eenzijdig stappen zou ondernemen tegen Irans nucleaire faciliteiten, indien het vermoeden bestaat dat Teheran een bom bouwt, wat voor stappen bedoelde hij dan precies?

DE STANDAARD;
19 april, 2004